AddThis Social Bookmark Button
    • Mooi rood is niet lelijk

                                                                       Jan Hintzen

De verzendkosten van een brief

Om de verzending van een poststuk te betalen, kan gebruik gemaakt worden van een postzegel, een automaatstrook of van een postwaardestuk, waarop de verschuldigde frankeerwaarde al voorgedrukt werd.

Grotere hoeveelheden post kunnen ook verzonden worden als partijenpost, waarbij tegenwoordig het begrip ‘port betaald’ gehanteerd wordt, vroeger ook wel ‘frankering bij abonnement ‘.

Vanaf 1925 kunnen grootverbruikers bij de postdienst, zoals bedrijven en overheidsinstellingen, ook gebruik maken van een stempelmachine die de vereiste frankering op het poststuk stempelt en die automatisch de verschuldigde frankeerkosten noteert. De machine staat onder controle van de postadministratie en de genoteerde totale frankeerkosten moet de klant op regelmatige tijden  verrekenen. Bij deze frankeermethode wordt door de frankeermachine een stempel geplaatst, dat bestaat uit twee of drie delen:

het waardestempel met de frankering

het dagtekenstempel met de plaats- en datumaanduiding

een derde deel kan toegevoegd worden met een bedrijfs- of instellingslogo .

Ontwikkelingsgeschiedenis van de stempelfrankering

Het gebruik van de stempelfrankering is internationaal en in 1920 op het congres van de Wereld Post Vereniging (Union Postale Universelle, kortweg U.P.U.) in Madrid gereglementeerd. Het belangrijkste besluit op dat congres was de bepaling dat de kleur van de stempelfrankering rood moest zijn.

Mede door de bepalingen van de U.P.U. wordt de stempelfrankering in vele landen toegepast. Ze worden in Engeland ‘meter postal stamps’ genoemd, in Duitsland ‘Freistempels’ en in Frankrijk ‘affranchissements à la machine’.

Een machine, ontwikkeld bij de ‘Krag Maskinfabrik’ te Oslo kan als de eerste frankeermachine beschouwd worden. Met deze machine werden van 15 juni 1903 tot 2 januari 1905 afdrukken van 5 en 10 öre op brieven geplaatst. Het Noorse Gouvernementsblad van 1 mei 1903 kondigde hierover aan: ‘Alle post die zulke zegelafdrukken draagt, wordt beschouwd en behandeld als de andere post, die de voorgeschreven postzegels van daarmee corresponderende waarden heeft’.

Tegelijkertijd werd in Amerika een frankeermachine ontwikkeld. Arthur H. Pitney, de grondlegger van het latere Pitney-Bowes concern, liet door de constructeur Eugene A. Rummler een machine ontwerpen waarmee in maart 1903 een demonstratie gegeven werd op het Postal Department in Washington D.C. De geslaagde proef leidde ertoe dat een half jaar na Oslo, van 24 november 1903 tot maart 1904 alle correspondentie van de Postmaster General met de machine een frankering kreeg. Er volgde nog meer proeven in Washington D.C. en in Chicago, maar het Amerikaanse Congres gaf de definitieve goedkeuring voor de stempelfrankering pas in 1920. Daardoor werd het regelmatige gebruik van de stempelfrankering in Amerika vanaf 1922 een feit.

In Duitsland werd in 1923, tijdens de inflatieperiode, de frankeermachine ingevoerd. Dat was heel practisch omdat in die tijd de ene tariefsverhoging ingehaald werd door de andere.  

Nederland volgde in 1925. De importeur Ruys Handelsvereniging plaatste op 19 augustus 1925 de eerste stempelfrankeermachine bij de Twentsche Bank te Amsterdam. Met deze eerste machine van het merk Universal Postal Franker konden slechts zes vaste frankeerwaarden ingesteld worden. Niet erg handig als een bedrijf postverzending had van meerdere gewichten en vele bestemmingen naar het buitenland. Van deze machine zijn er daarom in Nederland slechts 24 verkocht.

In 1927 kwam een Duitse machine op de Nederlandse markt van het merk Franco Typ, waarmee frankeerwaarden van ƒ 0,00 tot ƒ 9,99½ gestempeld konden worden. Het gebruik van de frankeermachine zette nu wel door.

Stempelfrankering beter bekend als roodfrankering

De stempelfrankering is in de Nederlandse filatelie ook bekend als roodfrankering, omdat de door de Union Postale Universelle (Wereld Post Vereniging) voorgeschreven kleur van de stempelinkt helder rood is.

Bij gebruik van de roodfrankering kunnen bedrijven en instellingen de post sneller verwerken. Bovendien is er een betere controle over de kosten van de postverzending mogelijk. Een zogenaamde postzegelkas is overbodig. Voor de postdienst werkt de roodfrankering arbeidsbesparend omdat de poststukken niet meer op de postkantoren of sorteercentra gestempeld worden. Daarom wordt er ook een kleine korting verleend. Zo moet er tegenwoordig voor een brief tot 20 gram in het binnenlandse postverkeer 38 in plaats van 39 eurocent betaald worden.

Mooi rood is niet lelijk

Het lijkt of alleen bij de thematische filatelie de roodfrankering waardering krijgt, omdat het stempel fraaie afbeeldingen kan hebben. Maar ook voor een posthistorische verzameling kan de roodfrankering interessant zijn.

Het gebruik van de roodfrankering was en is aan strenge internationale regels gebonden, vastgelegd in U.P.U. verdragen. Eén van die bepalingen is dat een zogenaamde mengfrankering, gedeeltelijk met een roodfrankering en gedeeltelijk met postzegels, is toegestaan. Daardoor staat mooi rood ook in een posthistorische collectie niet lelijk; de mengfrankering maakt van een lelijk eendje een fraaie zwaan.

Deze mengfrankering kan verschillende oorzaken hebben:

het gebruik van luchtpostzegels wordt voorgeschreven om het luchtrecht te voldoen.

het extra tarief voor spoeddrukwerk wordt ambtshalve op het postkantoor voldaan.

een te lage roodfrankering wordt ambtshalve op het postkantoor met postzegels aangevuld om vertraging van de post te voorkomen.

ook kan een te lage frankering met postzegels ambtshalve op het postkantoor aangevuld worden met een roodfrankering.

het extra tarief voor het verzenden van een treinbrief wordt met een treinzegel voldaan.

een verzamelaar maakt een filatelistische mengfrankering voor de eigen verzameling.

Met een zestal afbeeldingen wordt de posthistorische waarde van de roodfrankering geïllustreerd:

Afbeelding 1, mengfrankering, omdat tot 01-04-1931 het luchtrecht in Nederlands-Indië met één of meer luchtpostzegels voldaan moest worden.

Batavia 19-11- 1930; zakenpost van de Nederlandsche Handel-Maatschappij per luchtpost Batavia-Medan, daarna zeepost naar Nederland.

Tarief: roodfrankering 12½ cent port voor een brief van 0-20 gram naar Nederland (machinenummer Franco Typ 201, briefvolgnummer 7559) + luchtrecht tot Medan 10 cent voor een brief tot 5 gram. Dit luchtrecht moest tot 1 april 1931 betaald worden met een luchtpostzegel

Afbeelding 2, mengfrankering, omdat  het extra tarief voor spoedbehandeling  ambtshalve op het postkantoor werd voldaan.

Op 2 januari 1934 te ’s Gravenhage lokaal verzonden expres drukwerk. Het tarief voor drukwerk van 1½ wordt verhoogd met ½ cent voor  ‘spoedbehandeling’, bovendien moet het expresrecht van 10 cent betaald worden, totaal 12 cent (11½ cent met een roodfrankering en de ontbrekende ½ cent met een postzegel).

Afbeelding 3, een te lage roodfrankering werd ambtshalve op het postkantoor met postzegels aangevuld om vertraging van de luchtpost te voorkomen.

Batavia 29 september 1941, zakenpost van de Nederlandsche Handel-Maatschappij per ‘K.N.I.L.M. to Manilla, P.A.A. to U.S.A. and onward airtransmission’. Port 15 cent + luchtrecht naar U.S.A. 65 cent / 5 gram = 80 cent. Deze 80 cent werd met een roodfrankering voldaan. Maar de brief moest naar Buenos Aires, waarvoor een luchtrecht verschuldigd was van 100 cent / per 5 gram. . De ontbrekende 35 cent werd ambtshalve op het postkantoor voldaan en later verrekend met de afzender.

Afbeelding 4, een te lage frankering met postzegels werd ambtshalve op het postkantoor aangevuld met een roodfrankering.

Nijverdal 27 januari 1958, luchtpostbrief naar Singapore. De brief werd gefrankeerd met 47 cent aan postzegels, terwijl 65 cent noodzakelijk was. Om de luchtpostbrief niet onnodig te vertragen werd de ontbrekende 18 cent op het postkantoor Amsterdam voldaan. Dit bedrag werd met een kaart (als afgebeeld in afbeelding 5) bij de afzender verhaald.

 Afbeelding 5, informatie-gedeelte van de dubbele kaart waarmee de bijfrankering bij de afzender werd teruggevraagd.

Utrecht 7 april 1972, informatie-gedeelte van de kaart waarmee de bijfrankering van 35 cent op een poststuk naar Bandung door de postdienst werd teruggevraagd. Het andere deel van de dubbele kaart werd, voorzien van 35 cent aan postzegels, teruggezonden naar PTT Utrecht. 

Afbeelding 6, het extra tarief voor het verzenden van een treinbrief werd met een treinzegel voldaan.

Rotterdam 21 oktober 1957, een treinbrief moest voldoende gefrankeerd zijn en kon dan afgegeven worden aan het bagagebureau van het station om de brief per eerst vertrekkende trein te laten verzenden. Bij aankomst werd de brief aan de posterijen afgegeven om te bestellen. Deze werkwijze kon een flinke tijdsbesparing opleveren. Van 1-5-1946 tot 1-3-1964 waren de extra kosten 15 cent.

Port (20-50 gram) 20 cent + expresrecht 50 cent + treinbriefrecht 15 cent.              

Mooi Rood