AddThis Social Bookmark Button

Strafport ingeklemd tussen twee geldsystemen

Ton Hulkenberg

Ruim 80 jaar geleden eindigde de inflatie eind November in Duitsland. In de Freie Stadt Danzig waar dezelfde geldsoort (Mark) in gebruik was, had de inflatie even zeer toegeslagen. Hier eindigde de inflatie echter een volle maand eerder dan in Duitsland. De regering van de Freie Stadt Danzig had in de zomer van 1923 met Groot-Brittannië onderhandeld over en nieuwe munt de Danziger Gulden gebaseerd op het Engelse Pond. Op 25 oktober werd de Gulden als rekeneenheid ingevoerd, op 31 oktober kon men zegels in Guldenwaarde kopen en op 1 november ging het posttarief in Guldens in (volgens Michel).

De kaart (afb. 1) is geschreven op 24 oktober. Op die dag was het lokale tarief voor een kaart nog 20 miljoen Mark. Waarschijnlijk had de afzender geweten dat de volgende dag het tarief verhoogd werd en dacht dat een verdubbeling wel correct zou zijn en plakte 40 miljoen op de kaart. De verhoging was echter 10-voudig en zo ontstond een tekort van 160 miljoen Mark. In Danzig-Langfuhr moest dus strafport betaald worden. Dit bedroeg 2 maal het ontbrekende bedrag dus 230 miljoen. Het postkantoor heeft echter maar 310 miljoen opgeplakt(?). De geadresseerde weigerde dit betalen en dus ging de kaart terug nadat de 310 miljoen "entlastet" was door blauwe inktstrepen (een normale procedure in de Freie Stadt Danzig).

Terug in Danzig plakte men opnieuw 320 miljoen Mark op de kaart. De 20 miljoen zit er nog op de 300 is er afgevallen maar aan de stempelafdruk kan men nog zien waar hij zat. Nu werd de afzender benaderd om het ontbrekende port plus administratiekosten te voldoen. Ook hij weigerde. De aanbiedende postbode schreef op de kaart: afzender heeft kaart voor 7.30 uur gepost. De kaart ging opnieuw terug naar het hoofdkantoor. Het was nu 29 oktober. De mark bestond niet meer. De 320 miljoen werd nu omgerekend naar 10 Guldenpfennigen. Dat is 2 maal het verschuldigde bedrag in Gulden. Dit bedrag plaatste men in het lege datumstuk van een oud Pruisisch Packkammerstempel. Hiermee maakte men duidelijk dat het een andere waarde was dan die vette getallen die al op de kaart stonden. Het postkantoor dat verantwoordelijk was voor het innen van deze 10 Pfennig schreef het bedrag met vet blauw krijt midden op de kaart. Daar geen verdere weigeringen op de kaart staan, mag men aannemen dat de afzender betaald heeft.

Het Packkammerstempel was in gebruik tussen 1852 en 1872, werd altijd in rood afgeslagen op een z.g. pakketbegeleidbrief en diende als bewijs dat een pakket door de post was afgegeven (afb. 2).

Het interessante van deze kaart is dus:

ten eerste dat we hier met twee geldsoorten op een poststuk te maken hebben en

ten tweede het hergebruik van een oud Pruisisch stempel. Hoeveel stukken zullen tussen 29 en 31 oktober op deze wijze zijn omgerekend? 5, 20, 30, 50? We weten het niet. Tot op heden (2006) is slechts één stuk bekend. Een fraai unicaat met een spannend posthistorisch verhaal.

 

Strafport